Regie: Roman Polanski
Scenario: Gerard Brach, Roman Polanski
Met: Jack MacGowran, Roman Polanski, Ferdy Mayne, Sharon Tate e.a.
107 min. / UK-Frankrijk / 1967
Cast:
Jack MacGowran als Professor Abronsius
Roman Polanski als Alfred, Abronsius's assistant
Ferdy Mayne as Count von Krolock
Iain Quarrier as Herbert von Krolock
Terry Downes as Koukol Krolock's bediende
Alfie Bass as Yoine Shagal,the innkeeper
Jessie Robins als Rebecca Shagal
Sharon Tate als Sarah Shagal
Fiona Lewis als Magda, Shagal's meid
Plot:
Deze film neemt ons mee naar het hart van Transsylvanië , waar Professor Abronsius, van de Universiteit van Königsberg , en zijn leerling Alfred op jacht zijn naar vampieren. Abronsius is oud en versleten en nauwelijks in staat de koude tocht te overleven door de winterse bossen. Alfred is lomp en introvert. Uiteindelijk komen ze na een lange zoektocht aan bij een klein boeren dorp. De twee verblijven in een lokale herberg. Ze merken al gauw, dat de dorpelingen raar doen en dat alles vol knoflook hangt. Hierdoor ruikt de Professor onraad en is hij er zeker van dat er vampieren in het spel zijn.
Tijdens hun verblijf in de herberg, wordt Alfred verliefd op Sarah, de dochter van de waard Yoine Shagal. Beiden zijn ze getuige van Sarahs ontvoering door de vampier, graaf von Krolock en ze besluiten hem volgen door de sneeuw. De weg leidt hen naar het onheilspellende kasteel van von Krolock in de nabijgelegen heuvels. Ze proberen in te breken, maar worden ontdekt door de dienaar van de graaf, Koukol. Dan ontmoeten ze eindelijk de graaf, een zeer fier, en belezen man, met een zeer duister kantje. Hij is namelijk zeer geïnteresseerd in vleermuizen en begint de Professor naarstig te ondervragen over zijn boek over vleermuizen. Abronsius is zeer vereerd over het feit dat de graaf zijn boek heeft gelezen. Ook maken ze kennis met de zoon van de graaf Herbert, die veel interesse heeft in Alfred.
Ondertussen is Shagal een vampier en probeert hij de knappe meid van de herberg, Magda, te schaken en tot zijn bruid te maken.
Hoewel ze twijfelen, aanvaarden Abronsius en Alfred toch maar de uitnodiging van de graaf om een tijdje te logeren in zijn kasteel.
De volgende ochtend smeedt Abronsius het plan om de crypte van de graaf te zoeken, waardoor ze Sarah een beetje vergeten.
Maar dat wordt geen makkelijke klus omdat Koukol de crypte heel nauw in de gaten houdt. Uiteindelijk slagen ze erin de crypte via het dak te bereiken, maar dan komt de professor vast te zitten in een raam en moet Alfred de klus alleen klaren. Op de terugweg, om de professor te redden, vindt hij Sarah, badend in haar kamer, zich niet bewust van het lot dat haar te wachten staat. Alfred probeert haar dan ook te overtuigen mee te vluchten.
Nadat hij de professor, heeft bevrijdt gaan ze opnieuw rondneuzen in het kasteel. Alfred gaat opnieuw op zoek naar Sarah- terwijl Abronsius in de immense bibliotheek van de graaf rondkijkt - daar komt hij Herbert tegen, die hem probeert te verleiden en zelfs te bijten.
Ze proberen te vluchten, maar worden opgesloten om als hapje te dienen op het jaarlijkse bal voor de andere vampieren en waar Sarah ook aanwezig zal zijn.
Uiteindelijk slagen de twee erin te ontsnappen en vermommen zich als vampier om op het bal te geraken om Sarah te vinden en om zo samen te vluchten.
De graaf slaagt er echter niet in hen tegen te houden.Maar ze weten niet dat Sarah al is gebeten...